Welkom op mijn blog

In dit blog wil ik met enige regelmaat gedachten ordenen en anderen de gelegenheid geven daarop te reageren. Steeds meer kom ik onder de indruk van de reikwijdte van genade; dat het echt alle facetten van het leven raakt; en dat ik er een beginneling in ben. Tegelijk dat ik merk hoe verbluffend mooi het is en dat ik wil groeien in genade. Ten diepste geloof ik dat de hele wereld dat zou moeten doen. Maar ja, dan moet je eerst Jezus leren kennen.

woensdag 7 juli 2010

De harde kerk

Vandaag las ik een analyse van de GKv. Geschreven door een buitenstaander. In drie punten (treffend...). De GKv zijn sterk gedisciplineerd. Daarnaast rationeel georiënteerd: er is een grote voorliefde voor transparante procedures, logische constructies en conclusies. Tot slot is een dergelijke kerk onbedoeld vaak ook een harde kerk. Vanuit de discipline en de rationaliteit komt die laatste haast als vanzelf voort. Er is dan meer aandacht voor het geheel van de kerk en de grote doelen van een kerk en minder aandacht voor de mensen van de kerk.
Deze typeringen werken ver door in gedachtevorming, omgang met elkaar, etc. Wanneer er een eenduidig systeem is van vragen en antwoorden; een systeem dat aan iedereen middels woorden uit te leggen is..., dan is er geen ruimte voor variatie. Voordeel van een dergelijk systeem is dat iedereen hetzelfde pad loopt. En dat zij die dat pad niet (willen) lopen buiten de boot vallen of er uit worden gezet. Ergens schept het veel duidelijkheid.
9789023921356.jpg
De vraag is ondertussen wel of het recht doet aan de grote verscheidenheid van het leven. Niet om al die verscheidenheid goed te keuren. De kerk mag gerust (en moet dat soms ook) een kritische rol vervullen in demaatschappij. Gods goede nieuws staat immers haaks op het leven. Maar recht doen aan de verscheidenheid kan ook door als kerk een veilige plaats te bieden aan mensen, hoe ze ook zijn. Mensen opzoeken daar waar ze zitten. Mensen de ruimte voor een groeiproces 'aanbieden'.
De manier van kerkzijn zoals die lange tijd in de GKv functioneerde kan in deze tijd niet meer. Was de kerk voorheen een robuuste oceaanstomer, nu varen we op vlotjes die we steeds provisorisch moeten repareren. Het eenduidige systeem hebben we losgelaten. Het is nog maar de vraag of dat erg is. Tegelijk is het van levensbelang onderling verbonden te blijven. Dat gaat kennelijk niet meer via zo'n eenduidig systeem. Maar hoe dan wel?
Van cruciaal belang is het bewaken van de liefdevolle omgang met elkaar. Samen luisteren naar de bron van ons geloof. Begrip opbrengen voor de ander die andere dingen beluistert uit dezelfde Schrift. De ander die net zo eerbiedig als jou luistert naar die woorden van God.
Daarnaast een dieper besef van zonde. Dat is niet echt populair, maar wel nodig. Besef van zonde individueel laat je nuchterder naar jezelf kijken, minder trots en meer nederig. Besef van zonde maakt dat je pas op de plaats maakt omdat de volmaakte kerk hier niet te realiseren is.
Tot slot is het wezenlijk om te leven in de stijl van het koninkrijk. Wat dat is? Kijk naar het leven van Jezus. Voorbeeld: hij waste zijn leerlingen niet de oren maar de voeten.
Waarom raakte mij dit artikel? Omdat ik zelf steeds meer ontdek hoe belangrijk het open en respectvol gesprek is: dat opent namelijk perspectief omdat je veel meer deelt met de ander dan je aanvankelijk dacht/voelde. En daarnaast hoe veranderd de tijd is waarin we leven en dat een kerk daarin wel moet meeveranderen, zonder dat dat verlies is.Het eenduidige systeem van de GKv brokkelt af, en dat betekent tegelijk een afbrokkelen van een te grote nadruk op de buitenkant. De verbondenheid die lange tijd ervaren werd zat 'm nogal eens in de dingen die je samen deed en waar je samen voor streed. Het is nu zaak alert te zijn en te blijven op de verbondenheid op zielsniveau. Verbondenheid in Jezus. Het is mijn vurig verlangen dat we daar als kerken meer in gaan groeien. De harde kerk zal dan worden een gemeenschap rondom de harde kern: het leven door en uit genade van Jezus.

maandag 21 juni 2010

Nederlander in hart en nieren...

Nog maar kort in Twente en ik las een waardevol artikel in de Twentse Courant Tubantia. Het was een analyse van de laatste verkiezingen. De kop luidde: Nederland kiest voor zichzelf. de waarneming van de auteur was dat de VVD en de PVV veel hebben gewonnen. Daarin tekent zich af dat Nederland kiest voor zijn portemonnee en tegen de allochtonen (oftewel, veiligstellen van eigen nationaliteit). De auteur ziet achter deze ontwikkeling angst. Mensen zijn bang om te moeten inleveren. Hypotheekrenteaftrek is een heilig huisje geworden. Op basis van angst geld te moeten inleveren en met minder te moeten rondkomen zijn mensen gaan stemmen. Aan de andere kant heeft Wilders slim ingespeeld op de angst voor buitenlanders en de islam. Die angst is de tweede pilaar onder de stelling dat Nederland vooral voor zichzelf heeft gekozen.
Vlak nadat ik dat artikel had gelezen vertelde Annemarie mij een schokkend verhaal uit een boek dat zij aan het lezen was. Ergens in Azië leefde een gezin waarvan een van de kinderen er erg slecht uit zag. Het viel op omdat de andere kinderen er duidelijk beter uit zagen. Op de vraag of dat ene kind een ziekte had zeiden de ouders: 'nee, wij kunnen niet al onze kinderen van genoeg eten voorzien en hebben daarom moeten kiezen wie we geen eten meer zouden geven. We hebben moeten kiezen voor het laten sterven van een van de kinderen ten gunste van de anderen...'.
Met stomheid was ik geslagen. Hoe is het in de wereld mogelijk?!?
Tot mijn schande realiseer ik mij hoe royaal wij het hebben in ons gezin en hoeveel euro's er vanwege onze verhuizing er door zijn gegaan. Tot mijn schaamte zie ik een land waarin mensen vooral voor zichzelf hebben gekozen, omdat ze niet zonder die serre kunnen, omdat ze geen allochtoon als buren willen hebben, omdat ze liever 3 dan 2 keer per jaar op vakantie gaan.
Het schokt mij dat er partijen in Nederland zijn die ontwikkelingshulp vanwege de economische crisis willen halveren. Wat is barmhartigheid soms ver te zoeken.
De enige manier om hier iets aan te doen is bij jezelf te beginnen. En om eerlijk te zijn vind ik dat lastig genoeg. Geven aan goede doelen vind ik prima, maar ik vind het lastig als het in mijn eigen vlees snijdt. Als ik dingen moet laten of wensen moet laten vallen ten gunste van gezinnen zoals net beschreven. Ik ben ergens gewoon Nederlander in hart en nieren. En dat zeg ik nu even niet met trots.

maandag 8 maart 2010

En dat wij voor U zorgen...


Gijs, onze oudste, bidt aan tafel. 'Dank u wel voor het eten en dank u wel dat wij voor U zorgen'.
We laten het maar mooi zo. Strikt genomen kan het natuurlijk niet. Ergens is het toch ook heel mooi. Als je 'zorgen voor' interpreteert als 'dienen'. En wat is er mooier dan het dienen van God?
Toch kan dat heel verkeerd uitwerken. In een serie van twee vriendendiensten heb ik gepreekt over de jongste zoon en de oudste zoon uit de gelijkenis van de verloren zonen. Juist met het oog op een foute manier van God dienen - het oudste zoon type - werd deze gelijkenis gemaakt. De jongste zoon is de losbol. Hij vindt echter een genadig God. De oudste zoon is de brave Hendrik. En ook hij vindt een genadig God. Hij dacht door te dienen recht te hebben op een plek in huis. Maar zeer verontrustend eindigt het verhaal dat Jezus vertelt in Lukas 15 met een oudste zoon die buiten staat. Voor mezelf ben ik dat gaande mijn leven steeds meer gaan ontdekken. Ik lijk toch vooral veel op die oudste zoon. Oef! Gelukkig ken ik het ook steeds meer wat het is om de uitnodiging van de vader aan te nemen en binnen te gaan en feest te vieren.
Het dienen van God krijgt een ander karakter. Het is dienen vanuit genade en niet tot genade.
Opmerkelijk was de respons na de dienst: veel herkenning onder kerkmensen van het oudste zoon type. De preek is overigens te beluisteren op de site van onze kerk.
In een prettig gesprek natijd ontdekte ik (associatief) een pijnlijke link naar iets dat eerder vorige week gebeurde. Als gemeente hadden we een gesprek en besluitmoment over de eventuele aanschaf van een ander kerkgebouw. We hebben besloten na goed beraad niet verder te gaan met de geboden optie. Met name de exploitatie is veel te veel voor onze gemeente. Maar er speelde nog iets anders. De aangeboden kerk heeft op het terrein rondom het gebouw veel te maken met hangjongeren en kleine criminaliteit. De conclusie na die constatering was dat het niet wijs is vanwege die criminaliteit dat gebouw te gaan kopen. Met een gemeentelid sprak ik op die avond daar nog wat over na. Dat gemeentelid vond het juist vanwege die probleemjeugd onverantwoord om het pand aan te kopen. 'Maar je kunt het toch ook zien als een kans', zei ik. De reactie onthutste mij (en opnieuw nu ik het opschrijf) 'daar zijn we als kerk niet voor bedoeld'.
Dat brengt me bij de vraag die ik in een eerder blog al stelde: voor wie zijn we kerk? Anders gezegd: hoe dienen we God? Twee kanten heeft het antwoord: door Hem te prijzen en ons leven aan Hem te wijden. Aan de andere kant: door zijn goedheid, vrede en liefde in deze wereld te laten zien.
En dat net zoals Jezus het deed. Met oog voor de onderkant van de samenleving. Dat vraagt moed. Dat vraagt risico's durven nemen. Dat vraagt liefdevol oog te hebben voor al die jongste zonen/dochters in deze maatschappij. Dat vraagt het loslaten van de oudste zoon arrogantie. Van de oudste zoon distantie, kilheid, vreugdeloosheid, egoïsme, etc.
Echt 'voor God zorgen' betekent zeker toch ook 'zorgen voor zijn wereld'! Of niet?

zaterdag 27 februari 2010

Voor wie ben je kerk?

Een boeiend artikel van Hans Schaeffer in de Reformatie van 27 februari. Stel je bent een kerk met voornamelijk hoogopgeleiden, maar je kerk staat in een 'Vogelaarwijk', hoe vind je dan de aansluiting met deze mensen. In Wageningen (plaats waar Hans voorganger is van de GKV) is dat het geval. Er wordt door bijvoorbeeld kinderwerk en gratis meergangenmaaltijden contact gezocht met de buurt. Maar als mensen na een kennismaking en Alpha cursus lid willen worden van de gemeente dan blijkt het lastig de verbondenheid in Christus vorm te geven.4e dag De gemeente die op zondag bij elkaar komt is écht van een heel andere instelling en beleving tot de dingen van het leven. Theologisch gezien zou het echter wel moeten kunnen. De eenheid in Christus overstijgt elke ongelijkheid in sociaal opzicht. Sociale status en denkniveau mogen geen versplintering opleveren. Toch blijkt dat in de praktijk vaak heel lastig. Een kerk krijgt vanzelf een bepaalde sociale structuur. Door allerlei groepsprocessen is in de vrijgemaakte kerken een soort eenduidigheid ontwikkeld: zo doen we het. Terzijde: Pieter Niemeijer schreef vandaag een ingezonden in het ND waarin hij stelt dat gedrag en opvattingen afgeleid uit de bijbel maar zo dezelfde gezagsstatus krijgen als de Bijbel zelf. Hij zegt dat in relatie tot de mensen die de GKV op dit moment aan het verlaten zijn.
Terug naar het artikel van Hans. Hij stelt dat wij makkelijk in de valkuil vallen om de sociologische eenheid te verwarren met eenheid in Christus. Anders gezegd: uniformiteit is niet hetzelfde als eenheid. Als remedie kan gelden dat je altijd moet doorvragen naar de diepere motieven achter het gedrag en de gewoonten. Dan zul je tot je verrassing herkenning in het geloof en eenheid in Christus ervaren.
Dat raakt aan iets waar ik al langer over nadenk: kunnen wij met verschillen omgaan? Met name verschillen op het vlak van de sociale eenheid. Zo vaak kom ik christenen tegen die van harte geloven in Jezus Christus en hun leven wijden aan Hem, maar die tot andere keuzes komen op verschillende terreinen. Bijvoorbeeld de keuze voor een school voor je kinderen, de politieke voorkeur voor een niet uitgesproken christelijke partij, de keuze om niet twee keer op een zondag naar de kerk te gaan. Hoe makkelijk staan mensen vanuit de sociale code dan klaar met een oordeel. Dat blokkeert bij voorbaat het gesprek. Tot mijn schande herken ik dat maar al te sterk. Gelukkig niet alleen naar de kant van veroordeling maar ook steeds meer naar de kant van het doorvragen en het voelen van eenheid in Christus.
Daarnaast is het belangrijk als gemeente je codes en gewoonten te relativeren. Een buitenstaander, belangstellende, zal altijd door de gemeente heen zicht op Christus moeten krijgen. Onze gewoonten en omgangsvormen mogen niet voorop staan. Het kan niet zo zijn dat sociaal aangepast gedrag de belangrijkste reden van toelating is. Echte liefde voor hen die buiten staan en zo vaak met heel andere keuzes in het leven staan valt nog niet zo mee. Laat ik het persoonlijk houden: ik vind dat verdraait lastig. Zo makkelijk staat er een oordeel van mijn kant tussen. Hoe terecht mijn analyse van een zondig en godloos leven ook kan zijn, het helpt niet echt om mensen lief te hebben. Daarvoor moet ik ook zelf altijd weer terug naar de liefde van God voor mij persoonlijk. Veel valt er te oordelen over mijn leven, maar God kiest er voor Jezus het oordeel over mijn leven te geven en mij vrijheid te hergeven en een open toekomst.
Naar mijn overtuiging raakt Hans een diepe vezel van de Vrijgemaakte Kerken. Gelukkig doet hij dat op een open en niet veroordelende manier. Een heerlijk artikel dus!
Terecht zegt Hans dat juist de omgang met anderen (en andere levensstijlen) je verbazing en verwondering over Gods liefde laat groeien. Anders gezegd: we hebben juist die anderen nodig om zelf te groeien in kennis van de grootte, breedte, diepte en veelkleurigheid van Gods liefde in Jezus Christus.

vrijdag 15 januari 2010

Oordelen (2)

'Gereformeerden hebben een sterk rationele, rechtlijnige geloofsopvatting met als keerzijde weinig gevoel voor relativering en een gebrekkig bindend vermogen', aldus Sytze Faber

(politicoloog). Faber zegt dat in relatie tot de gereformeerde premier Balkenende. Zijn manier van optreden na de presentatie van het rapport over Irak wordt algemeen scherp veroordeeld. De oorzaak ligt volgens denkers als Faber in het gereformeerde karakter van de premier. Dat geeft te denken.

Een politieke bespreking ga ik niet geven, maar wat mij opnieuw opvalt is dat het gereformeerde (mogelijk onbedoeld) als niet flexibel overkomt en kennelijk nog een extra handicap met zich meebrengt, nl een gebrek aan cohesie. Ik denk dat er tussen die twee een sterkte samenhang is. Starre rechtlijnigheid zet mensen die net zo denken wel naast elkaar maar de samenhang is broos. Zolang de mening volledig onderling gedeeld wordt gaat het goed. Zodra er afwijkingen zijn is dat merkbaar in een afnemende verbondenheid.

Je zou dus kunnen zeggen dat een volledig relativerend standpunt het beste is. Je laat elkaar vrij. Een interessant artikel in het ND over de Remonstranten zou je dat kunnen laten denken. Laat elkaar vrij en respecteer elkaar, dan drijf je elkaar ook niet de kerk uit. Over Jezus mag je vinden wat je vindt, dat is jouw goed recht.

Dat klinkt heel aantrekkelijk. Maar geeft tolerantie echte verbinding met de ander? De enige verbinding zit in een overeenkomstig uitgangspunt. Maar waar zitten de wezenlijke raakvlakken?

Is er een gulden middenweg?

Ik denk het wel, hoewel het een lastige route is. Een aantal elementen dat belangrijk is vind ik in het evangelie:

  1. Jezus was volmaakte liefde in eigen persoon en toch scherp in het trekken van grenzen. Hij was in staat de zondaar vol liefde op het oog te hebben en tegelijk het slechte in die zondaar te veroordelen.
  2. In het NT kom je telkens korte preekjes of samenvattingen tegen over de kern van het evangelie (bijv. 1Korintiërs 15:3-5). Dat is wezenlijk en geeft wezenlijk raakvlak. Daar kan niet aan getornd worden.
  3. Het omgaan met die grens mag echter niet rigide zijn maar altijd vanuit zoekende liefde naar de ander die kennelijk over die grens gegaan is.
  4. Bij de belangrijkste maaltijd voor zijn kerk geeft Jezus de volgende opdracht ‘doet dit tot mijn gedachtenis’. Waarom moet dat als je zo onderhand heel goed weet wat het avondmaal betekent? Omdat de gedachtenis gaat over jouw onverdiende en onverwachte redding door Jezus. God zocht jou op. Net zo zoekt Hij die ander op. Ook die ander met wie je nog zo van mening verschilt. Kortom: jij bent niet beter dan die ander.
  5. Oordelen leidt makkelijk tot trots en hoogmoed. Je verheft je boven de ander. Totale tolerantie leidt makkelijk tot onverschilligheid. De ander laat je koud. Beide worden getackeld in de bijbel. Nederig zijn als Jezus, tegelijk liefdevol betrokken zoals God betrokken is op jou.

Wat leer ik hier zelf van?

In ieder geval dit. In mijn vorige blog Oordelen heb ik voor mij tamelijk wezenlijke punten onder woorden gebracht. En dat in relatie tot een groep die uit de GKV gestapt is. Ik herken wat daar nu gebeurt als iets dat in het vrijgemaakte DNA zit en ook mijn eigen DNA. Terugkijkend op dat blog moet ik constateren dat het oordelen ook nog steeds in mijn DNA zit. Ik zie dat ik er zelf ook nog mee worstel om daar een goede weg in te vinden. Het is mijn verlangen dat God het geeft om hier een weg in te vinden als GKV, als hersteld Gereformeerden en voor mij zelf als kind van Hem. Ik ben er van overtuigd dat dat ongelooflijk heilzaam is. Ook voor de samenleving met langs elkaar levende mensen die over en weer wat standpunten en oordelen uitwisselen en vervolgens hun eigen weg vervolgen. Geen wonder dat onverbondenheid en eenzaamheid helaas dominante trekken zijn van de Nederlandse samenleving. Of is dat nog een erfenis van de gereformeerde stelligheid die ook lange tijd de politiek heeft gekleurd?

dinsdag 15 december 2009

Oordelen

'De vrijgemaakte kerken zijn kerken die ontstaan zijn vanuit veroordeling'. Dat hoorde ik laatst een counseler zeggen. Zijn uitspraak bleef haken. Ergens wil ik het niet geloven dat dat zo zou zijn. Tegelijk kan ik er niet onderuit dat ik herken. Het oordelen heeft ook mij meer dan mij lief is te pakken gehad. In de geschiedenis van de vrijgemaakte kerken zie je het telkens weer: een veroordeling van wat afwijkend is en daarmee je groep veilig stellen. Op zich hoeft met het toetsen van afwijkende standpunten of ontwikkelingen nog niet zoveel mis te zijn. Maar het gaat fout als primair gereageerd wordt met afwijzing. Dan wordt de eigen cultuur of opvatting over wat God zegt dominant. Een kerk kan dan zelfs sektarische trekken krijgen. Het gaat ook fout als het beoordelen vrijwel altijd leidt tot veroordelen. Het liefdevol kunnen omgaan met verschillen is gemarginaliseerd.
Gelukkig merk ik in de vrijgemaakte kerken een beweging van veroordeling naar liefdevol verdragen van elkaar. Opmerkelijk en niet verrassend is dat de ultra-vrijgemaakten geen deel uitmaken van deze beweging en dat ook niet willen en/of kunnen. Het is te merken bij een groep als 'een-in-waarheid'. Verdieping in het standpunt van de ander is niet hun sterkste kant, verificatie van hun mening over anderen wordt bewust vermeden, hun oordeel is dan ook vaak ongemeen hard en pijnlijk. Het is ook te zien bij de nieuwe vrijgemaakten. In deze groep die zich nog maar een aantal jaren geleden heeft losgemaakt van de vrijgemaakte kerken gaat de versplintering door veroordeling onverminderd hard door. Een bericht vandaag in het ND laat dat maar weer eens schokkend zien. Hoor en wederhoor worden gemist, conclusies worden bij voorbaat al getrokken, en de gemeente in Zwolle vergadert plotsklaps opgedeeld op twee verschillende locaties. De geschorste ouderling die aan het woord wordt gelaten beroept zich voor zijn actie op het ambt: ik heb als ambtsdrager conform het kerkrecht zorg te dragen voor de schapen, dus moesten we wel op een andere locatie bijeen komen. Hij vergeet dat in het kerkrecht ook is bepaald, tot in het ondertekeningsformulier aan toe, dat je je als ambtsdrager gedurende de tijd van schorsing schikt naar het oordeel van de kerkenraad. Dat dient de kudde meer dan gelijk je conclusies te trekken op basis van je vermeende gelijk.
Eigenlijk wil ik hier helemaal niet over schrijven. Maar het ND-bericht raakte mij omdat je in deze ultra hoek nog steeds in scherpe vormen tegenkomt wat in het vrijgemaakte DNA zit. Ik geloof dat deze innerlijk verdeelde groep dan ook weinig toekomst heeft. Geen wonder als de liefde van Christus zo ondersneeuwt. Het wordt dan overigens ook ijzig koud in de kerk.
Het is mijn verlangen voor de vrijgemaakte kerken dat daar vanuit en door de liefde geleefd wordt. Dat we elkaar in liefde uitnemender achten dan onszelf. Trots is een van de grote zonden van onze tijd, denk ik.
De enige manier om daar van los te komen is niet langer als een trotse hen rond te lopen en je te gedragen alsof jij een god bent die alles beter weet, maar alleen vol ontzag trots te zijn op je Heer die Koning is. Opnieuw bepaalt het mij bij de noodzaak van ontzag en verwondering in de omgang van mensen met God; en vervolgens ook van mensen in relatie tot elkaar. Als je namelijk vol ontzag en bewondering bent voor God, kun je zachtmoedig zijn naar mensen om je heen. In onze zwakheid wordt Gods kracht zichtbaar.
Het oordeel is niet veilig in onze handen. Het oordeel hoort aan het kruis genageld. Alleen dan is er bevrijding.